Cursus

 

Uitzicht door inzicht

 Een introductie tot een al­lesomvattende levensfilosofie

 

In deze cursus worden de grote Natuurwetten besproken zoals de Wet van oorzaak en gevolg (karma), de Wet van wederbelichaming (reïncarnatie: het bewustzijnspro­ces vóór de geboorte en ná de dood), de Wet van zelfwording (evolutie/involutie) en de Wet van de cy­clussen in de Natuur (op menselijk, planetair en kosmisch niveau). Het doel van het menselijk bestaan, de relatie met de ons omringende natuur - waarmee wij onlosmakelijk verbonden zijn - en de vele levensproblemen waar men over het algemeen mee worstelt, worden eveneens uitgebreid besproken. In een boeiend panorama wordt dit alles vanuit een spirituele/holistische visie benaderd, ondersteund door beeldpresentatie. Er wordt getracht tot een beleving te komen van hetgeen wordt besproken als een levende werkelijkheid. Vanuit deze beleving leert men mindfulness, een 'mind over matter' levenshouding te ontwikkelen en te leven in het NU, waardoor men altijd meester is van het eigen levenslot. Gezien de crises waarmee wij al­len individueel en de wereld als geheel worden ge­confron­teerd, kunnen de inzichten die tijdens deze cursus worden opgedaan voor een solide anker in het leven zorgen en een uitzicht door inzicht bieden.

Voor verdere info kunt u contact met ons opnemen via de contactpagina.

 

Cursus

De Bhagavad Gītā

De Bhagavad Gītā, onderdeel van het klassieke Indiase epos de Mahábhá­rata, ge­schre­ven door een zekere Vyasa, kent acht­tien hoofdstuk­ken. In deze hoofdstukken gaat het om de samen­spraak tussen Arjuna en de Heer Krishna, respectievelijk de Boog­schutter en zijn Wagen­men­ner, welke laatste de teugels in handen heeft van de vier paarden, die het span vor­men voor de strijdwagen waarin beiden staan. Op een vlakte staan twee legers te­genover el­kaar, de Kuru's en de Panda­va's, die op het punt staan strijd te voeren over de soevereini­teit van Hástinapura (een plaats die, naar men aanneemt, het huidige Delhi in India is). Beide le­gers behoren tot dezelfde stam, het huis van Bharat, waarbij de Kuru's de oudere en de Pandava's de jonge­re tak vertegenwoordigen. Op het moment dat de boogschutters van beide legers hun bogen span­nen en de eerste pijlen over en weer af­schie­ten, vraagt Arjuna, die tot het leger van de Pandava's behoort, zijn wagenmen­ner (Krishna) de strijdwa­gen te plaatsen tussen de twee le­gers in, zodat hij een goed overzicht heeft van de gelede­ren. Grote ontstelte­nis en afschuw maakt zich van Arjuna meester als hij aan beide zijden grootva­ders, ooms, neven, leermeesters, zonen, broers, naaste ver­wanten en boezemvrienden, in slagorde opge­steld, ziet staan. Dit heeft tot gevolg dat Arjuna zijn boog en pijlen neerwerpt en weigert te strijden. Krish­na echter weet hem door argumenta­tie te overreden de strijd te strijden.

In de argumenta­tie van Krishna om de strijd te strij­den ligt de kern van deze bijzon­dere sa­men­spraak. Men moet zich van het begin af aan wel reken­schap geven van het feit dat de alle­gorie van de samenspraak, van de diverse personages en van de attributen die worden ge­noemd, op verschillende wijzen esoterisch kunnen worden geïnterpreteerd. In de uitgave die tijdens deze studie wordt gehanteerd heeft zij in haar esoterische betekenis in het bijzonder betrekking op de individuele mens. Als zoda­nig kan Krishna als het Hoger Zelf worden beschouwd, Arjuna als het Denk­ver­mogen, de Kuru's en de Panda­va's respec­tievelijk als de negatieve en positieve krachten in de Natuur, de strijdwagen als het menselijk lichaam, het vierspan paar­den als de harts­toch­ten en begeer­ten en de vlakte waar de strijd moet worden ge­streden als de praktijk van het dage­lijks leven, waar - als men het oor te luis­teren legt bij de goddelijke raad van Krishna, ons Ho­ger Zelf - de 'strijd' inder­daad 'gestreden' moet worden.

Voor verdere info kunt u contact met ons opnemen via de contactpagina.