Bij de oprichting van het Theosofisch Centrum “Post Nubila Lux” op 27 juni 1991 te Breda werd niet zonder reden gekozen voor de naam “Post Nubila Lux”. Deels was het een ‘reïncarnatie’ van en een eerbetoon aan de allereerste theosofische loge met dezelfde naam die in de eervorige eeuw in Nederland werd opgericht. De oprichtingsbul van die loge dateert van 27 juni 1881 (Kali Era 4883) en is ondertekend te Bombay, India, door H.S. Olcott en H.P. Blavatsky en verstuurd aan de heer Adalbert de Bourbon te Den Haag, oprichter ervan. Uit de annalen van de geschiedenis van de Theosofie in Nederland weten wij dat mevrouw V. Top-Christenen tijdens een toespraak ter gelegenheid van de viering van de 60ste verjaardag van de loge “Den Haag” van de Theosophical Society Adyar in Nederland, refereerde aan een brief uit 1881 van mevrouw H.P. Blavatsky aan de heer Adalbert de Bourbon, waarin zij vermeldde dat zij de naam uitstekend vond. Het is mede vanwege die uitspraak van mevrouw H.P. Blavatsky dat voor de naam “Post Nubila Lux” tijdens de oprichting van het Theosofisch Centrum te Breda in 1991 werd gekozen. Een andere doorslaggevende reden was de filosofische betekenis van de naam in meerdere opzichten, die goed aansluit bij de doelstellingen van het TCPNL.

‘Post Nubila Lux’ betekent ‘Licht na Duisternis’, maar in een meer filosofische context reikt de naam verder, zoals de vaststelling dat ‘achter de wolken de zon altijd schijnt’ of dat achter de versluierende materie het geestelijke Licht altijd aanwezig is.